maandag 8 mei 2017

De eerste “boost” in de ontwikkeling van de graafmachine met scheprad (Schaufelradbagger)


Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

De ontwikkeling van de graafmachines  met scheprad (Schaufelradbagger) verliep zo tot het begin van de twintigste eeuw naar verhouding eigenlijk langzaam en met horten en stoten. (Blog https://bruinkool.blogspot.nl/2017/04/de-eerste-graafmachines-met-scheprad.html )  Dit kwam vooral doordat men toen al beschikte over veel effectievere machines, zoals lepelgravers voor het afgraven van  hardere gesteentelagen en de effectief werkende emmerkettingmachines (Eimerkettenbagger)  voor het afgraven van het wat lossere gesteentemateriaal.
Een ander probleem was, dat de machines (centraal) aangedreven moesten worden met een stoommachine en moest  de aandrijvende kracht mechanisch over grotere afstanden getransporteerd worden. Men had toen nauwelijks of helemaal geen (kleinere) plaatselijke diesel- of elektromotoren. Daarbij kwam ook nog, dat men toen ook nog de goede transportbanden had, nodig voor een continu doorgaand afgraven. De graafmachines met scheprad zelf, de mechanische overbrengingen van de aandrijvende kracht en de transportbanden waren toen nog te veel gevoelig voor de slijtage, waaraan zij bij het graven onderhevig waren.

Triest genoeg gaf  de Eerste Wereldoorlog  de grootste aanzet tot de verdere ontwikkeling van de graafmachines met scheprad. De omstandigheden in de Eerste Wereldoorlog waren dusdanig dat de Duitsers voor een belangrijk deel van hun  energievoorziening  aangewezen waren op hun bruinkoolreserves. Daarbij kwam ook, dat er in Duitsland een ernstig te kort was aan een speciale slijtvastere staalsoort, nodig voor de schakels van een emmerkettingen.

In 1916 werd in de bruinkoolgroeve “Roberts Hoffnung” in  Bergwitz bij Bitterfeld voor Duitsland de eerste  graafmachine met scheprad  in gebruik genomen. De machine is gebouwd door Maschinenbau-Anstalt Humboldt uit Keulen-Kalk voor  het afgraven van de deklaag boven de kolen. De  bouw van de machine kwam  geheel overeen met die van een emmerkettinggraafmachine.  In feite kwam het er op neer, dat men in principe alleen de emmerketting verwisseld had voor een op en neer beweegbare graafarm met het scheprad.  Met een graafwiel van 6m  kon het apparaat 400 m3 gesteente per uur afgraven. (9600m3 per etmaal) 


De machine was draaibaar op een portaal als onderbouw gemonteerd, waarvan het portaal zelf en de afvoerwagens op rails liepen. Het afgegraven materiaal kon zo dus direct van de graafarm in de afvoerwagen worden gestort. 

Helaas is deze  machine slechts tot 1923 in bedrijf geweest en is hij vervolgens gesloopt en als schroot afgevoerd. Eerstens was hij door de  bouw boven op een portaal samen met de windvang door de graafwiel en -arm te onstabiel. Omdat door de oorlog ijzer en staal so-wie-so schaars was,  waren bepaalde onderdelen van de machine dan maar van hout gemaakt. (Alles met elkaar maakte dit, dat deze machine niet bestand was tegen de eigenschappen van het Bergwitzer deklaaggesteente.

In de periode direct na het einde van de eerste Wereldoorlog verbeterde Humboldt dit type schepradgraafmachine naar een apparaat, dat 300 m3 gesteente of kolen per uur kon afgraven ( dus 7200 m3 per etmaal). De graafarm was 16 m lang. Het scheprad  met zijn 8 scheppen had een diameter van 5,2 m. Voor zijn aandrijving waren 6 elektromotoren nodig, waarvan één voor het scheprad, één voor de lopende band één voor de draaiing van de graafarm, één voor de vertikale beweging van de graafarm en tenslotte twee elektromotoren voor het rijden van de machine. 




Geraadpleegde literatuur:
H.H. Cohrs, R Oberdrevenmann Giganten in Erd- und Tagebau pag 41
 Fahren mit einen Holzplattenband) Chronik des Braunkohlenbergbaues im Revier Bitterfeld Bd III pag. 19)
W. Durst en W. Vogt Der Schaufelradbagger 1986 p. 6-7
  Chronik des Braunkohlenbergbaues im Revier Bitterfeld Bd III pag. 19
Prof.  F. Orunewald Köln, „Technische Neuerungen im Betriebe der rheinischen Braunkohlengruben“  .Berg- und Hüttenmännische Zeitschrift “Glück Auf” van 5 mei 1923 pag 429 ev

zaterdag 29 april 2017

De eerste graafmachines met scheprad (Schaufelradbagger) van eind 19e begin 20e eeuw


Ing. Anne-Marie Oudejans
Nadat de Romeinen met hun tympanum (Blog  https://bruinkool.blogspot.nl/2016/04/de-romeinse-tympanum-als-verre.html     en Leonardo Da Vinci (Blog  https://bruinkool.blogspot.nl/2016/03/voorlopers-van-de-huidige-graafreuzen.html    de eerste voorlopers van de graafmachines met een graafwiel of ‘scheprad’ (Schaufelradbagger)  hadden ontworpen, volgden met vallen en opstaan nog vele verdere ontwerppogingen . De eerste machines hadden hun graafwiel of ‘scheprad’  in het hart van de machine, waarbij  het ontgraven materiaal direct op de kant werd gestort. Hierdoor kon er met zo’n machine  alleen maar sleuven worden gegraven.  Uiteindelijk kwamen pas na de uitvinding van de stoommachine de ontwikkelingen van het scheprad (Schaufelrad) pas echt op gang.


Graafarm (Radausleger)
In Amerika verkreeg Christian Smith in 1881 patent (US 242 484) op een schepradgraafmachine met een graafarm.   De graafarm had  twee graafwielen met elk 4 graafemmers. Onder de graafarm, tussen de twee graafwielen,  liep  een lopende (afvoer)band. Via stortkokers viel het materiaal uit de graafemmers zijwaarts op de lopende band.          



Smith’s  stelsel van graafarm en lopende band kon niet alleen omhoog worden gehesen of omlaag worden gelaten maar was daarnaast ook (horizontaal)  draaibaar. Het geheel werd door stoom aangedreven en was op rails worden verplaatsbaar.  Op deze manier kon men met deze machine veel grotere oppervlakten en veel dikkere lagen grond afgraven en was de toepassing niet langer beperkt tot alleen  gleuven.

Problematiek bij het legen van de scheppen
Bij de (zijdelingse) afvoer via stortkokers van afgegraven materiaal vanuit het scheprad naar de lopende band bleek er teveel grond naast de lopende band te vallen. Verschillende uitvinders trachtten  ( US 287 563, Morton,  FR 387 439 Glockner) )  dit verlies te verminderen  door de afvoer uit het scheprad naar de lopende band niet zijdelings maar via een helling direct achter en onder het rad te laten gebeuren. Morton wilde daarbij de verliezen extra verder verkleinen door de scheppen te voorzien van automatisch intrekbare randen, hetgeen door de complexiteit en de slijtagegevoeligheid eveneens onvoldoende soulaas bracht.
   
Via verschillende uitvoeringen zelfs één met een scheprad  voor een emmerketting (S.J.  Loyd en A.R. Grossmidt)en één met het rad haaks op de transportband (US 533 376 Albert Roll) , kwam in 1913 George Eugene Schwandner (DE 271 118)  met een graafmachine met scheprad, waarbij het afgegraven materiaal weer zijdelings  uit de schep direct op de transportband kwam. De as van zijn graafwiel viel samen met de  as aan de ene kant van de lopende band. Verder had het wiel zelf voor elk van de vier scheppen  inwendig een schuine kant  van de schep naar de lopende band toe. , Deze machine luidde de uiteindelijk de vormgeving van de huidige graafwielmachines  met scheprad in.


maandag 13 maart 2017

Moerasbossen van woudreuzen en klimaatverandering,....


Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

Voor het ontstaan van de Rijnlandse, Middenduitse en Lausitzer bruinkool in Duitsland moeten we zo’n 5,5-23 miljoen jaar terug naar het Mioceen; de geologische periode, waarin de Alpen en de Himalaya werden gevormd, Australie en Antarctica gescheiden werden en de Zuidpool meer en meer door gletsjers werd overdekt.
Een gebied zich uitstrekkend vanaf ons eigen Limburg tot ver in Rusland lag afwisselend onder water of het was een moerassig kustgebied (Nederland zelf lag al die tijd geheel onder water)

                           
                                              Noordwest Europa zo'n 5,5-23 miljoen jaren geleden
                                                 (Bron Die entstehung der Braunkohle)
Voor de gehele aarde was het Mioceen door de toenmalige klimaatverandering een periode van afkoeling. Toch kwamen er perioden voor, waarin de aarde tijdelijk even weer wat opwarmde.
In de Duitse bruinkoolgebieden heerste in dit Mioceen lange tijd het zogeheten ‘Virginia-klamaat’. Dit klimaat dankt zijn naam aan de Amerikaanse staat Virginia, omdat het klimaat van toen vergelijkbaar is met het huidige klimaat van Virginia . Het gebied was overdekt met rietmoerassen afgewisseld met uitgestrekte verschillende soorten moeraswouden, zoals die nu in de Mississipidelta groeien. In de wouden groeide niet alleen veel Taxus-achtig naaldhout, maar ook reuzen zoals de Sequioia.

In het toenmalige warme klimaat groeiden er in de huidige bruinkoolgebieden uitgestrekte moerasbossen met - onder andere - Mammoetbomen of Sequioa's
(Bron  
Prof. Dr. Raimond Below Befahrung des Tagebaues Garzweiler)   


In deze periode van uitbundige woudgroei  was er gelijktijdig een langzame en gestage bodemdaling, waardoor de vegetatie gedeeltelijk steeds onder water kwam te staan en afstierf. De bodemdaling was echter zo langzaam, dat de groei van de vegetatie het afsterven kon bijhouden. Op deze manier werd onder water de laag plantenmateriaal steeds dikker en omdat er geen zuurstof bij kwam, rotte dit materiaal niet weg.
De periode met dit warme klimaat werd niet alleen opgevolgd door een tijd waarin de aarde afkoelde door een kouder wordend klimaat, ook kwam er een sterkere beweging van de aardkorst. Hierdoor ontstonden rivieren, die slib, modder, gesteente van elders aanvoerden en afzetten op de plantenlaag. De plantenlaag kwam onder een steeds dikkere laag sediment te liggen, waardoor de druk en de temperatuur langzaam maar zeker steeds hoger werden en het zogeheten inkolingsproces kon beginnen.
Tussen Keulen en Aken resulteerde deze inkoling  uiteindelijk in de  nu ca 25 tot 100 meter dikke bruinkoollaag is. De diepte, waarop de bovenkant van deze kolenlaag ligt, varieert van nagenoeg aan de oppervlakte tot ca 370 m diep in de Tagebau Hambach .

ZW-NO doorsnede door het Rijnlandse Bruinkoolgebied. In de kleine kaart ligt Tgb Inden links onder, Tgb Hambach in het midden en middenboven de Tagebau Garzweiler met daaraan vast nog enkele "oude", reeds verlaten bruinkoolwinningen (Bron  Prof. Dr. Raimond Below Befahrung des Tagebaues Garzweiler)  


Overigens wisselden  gedurende het Mioceen en de latere geologische tijdvakken dergelijke perioden van sterke moerassige plantengroei en afdekking daarvan door sediment elkaar af en ontstonden meer van dergelijke bruinkoollagen, al zijn die over het algemeen niet zo dik geworden.

In het Lausitzer bruinkoolgebied zijn de kolenlagen niet zo dik als in het Rijnland maar de belangrijkste kolenlaag: 10-15   m dikke Zweiter  Lausitzer Kohleflöz ligt bijvoorbeeld in de Tagebau Nochten op 65-100 meter ook minder diep . In Nochten wordt overigens ook de bruinkool van de 3 meter dikke Erste Lausitzer Kohleflöz gewonnen. Deze laag ligt daar op 20-40 m diepte.

Doorsnede door de ondergrond van de Tagebau Nochten in de Lausitz
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)





zaterdag 7 januari 2017

Kunnen wij ons dit heden ten dage nog voorstellen?

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

Ook al wordt bruinkool vaak  in dagbouw wordt gewonnen en gaat de blog dit keer hier niet over



Maar toch

Het is een serie plaatjes, waar we met z’n allen met de huidige moderne winningsmethoden in het Westen, wel eens bij stil mogen staan.

                                            

Die oproep wil ik dan in het bijzonder doen aan al die mopperaars, die de moderne (dagbouw-) mijnen hier in het Westen dicht willen hebben.



 Met gevolg dat, zolang we de (bruin- en/of steen)kolen nog nodig hebben, ze van elders gehaald zullen worden. 



De winning daar zal dan wellicht niet meer zo erbarmelijk aan toe gaan als op deze afbeeldingen.  Al zal het hier en daar misschien niet eens zo veel schelen......Zeker is wel, dat in een aantal landen nog steeds ook kinderen (ondergronds )
moeten werken……. 




(De afbeeldingen zijn allemaal afkomstig van de Facebookpagina "Bobs Minerslamp)

zaterdag 3 december 2016

...........4 December Herdenkingsdag Sint Barbara ..........

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

Ondergrondse beeltenis van Sint Barbara
Bron foto: http://www.spiegel.de/fotostrecke/buch-zechenkinder-von-david-schraven-bergmanns-biographien-fotostrecke-104784-13.html




In vele mijnbouwgebieden – ook in die van de bruinkool - is het op 4 december Sint Barbara, of zoals ze in Limburg zeggen Sinte Berbe. In vele katholieke parochies was en is het de dag van de plechtige “Barbaramissen“ en vroeger lagen op die dag de mijnbouwaktiviteiten stil en hadden de mijnwerkers een dag vrij.

4 December is echter niet de haar geboortedag maar de dag waarop herdacht wordt dat Barbara op die datum in het jaar 306 werd gemarteld en uiteindelijk werd vermoord.

De reden waarom Sint Barbara de beschermheilige is van de mijnwerkers is heeft twee redenen Eén daarvan is, omdat zij volgens de legende (tijdelijk) door een berg zou zijn opgenomen als bescherming tegen haar vader, die haar wilde vermoorden. De andere is, omdat God haar vader als straf voor de moord door een plotseling hemels vuur tot as verbrandde. Dit plotselinge dodelijke vuur werd in verband gebracht met de gevaarlijke ontploffingen en branden, die nog al eens in de mijnen voorkwamen.

Maar Sint Barbara is niet de enige patroonheilige van de mijnwerkers

Zij deelt haar reputatie in elk geval ook met, Sint Agatha, Sint Georgius en Sint Eligius


Maar eerst de legende van Sint Barbara van Nicomedie
Volgens één van de vele legendes over Sint Barbara was zij de beeldschone dochter van de rijke heidense zakenman Dioscuros en omdat ze zo mooi was, hadden vele jongemannen belangstelling voor haar. Al als jong meisje had zij zich stiekem tot het christelijk geloof bekeerd en wilde daarom maagd blijven voor God en had zij zelf daarom voor die jongens geen belangstelling. Om dezelfde reden weigerde zij ook te trouwen met een man, die haar vader voor haar had uitgezocht. Als straf voor deze weigering èn om toch de overige belangstellenden bij haar weg te houden, liet haar vader een toren bouwen met daarin twee ramen, om Barbara daarin op te sluiten. Terwijl haar vader tijdens de bouw van huis was, liet zij een derde raam in de toren maken. Toen haar vader bij thuiskomst het derde raam zag en Barbara daarnaar vroeg, gaf zij aan dat deze drie ramen moesten verwijzen naar de Heilige Drieëenheid. Haar eerdere weigering om te trouwen met daarbij haar bekering, die toen uitkwam, maakte haar vader zo kwaad, dat hij haar met zijn zwaard wilde doden. Toen hij zijn zwaard uit de schede trok, bad Barbara tot God, waarop een berg zich open spleet, haar in zich op nam en bovenaan de berg haar weer tevoorschijn bracht.

Helaas vond Dioscuros haar toch weer en hij sleepte haar aan haar haren de berg af. Na weer te zijn opgesloten bracht haar vader Barbara voor de rechter, waar zij de keuze had òf de heidense goden weer te aanbidden of haar nieuwe geloof te blijven houden. Zij koos voor het laatste waarna ze zou worden gevierendeeld. Omdat zij hierbij niet stierf werd zij vervolgens met staven en een hamer geslagen, terwijl men haar zijdes brandde. Omdat haar wonden vanzelf weer genazen , besloot de rechter vervolgens haar geheel uit te kleden en haar borsten af te snijden. Op dat moment daalde er een engel neer, die haar naakte en verwonde lichaam met een wit kleed kleedde.
Dit alles maakte haar vader zo woest, dat hij haar weer mee naar de berg nam en haar alsnog met zijn zwaard onthoofde. Toen hij weer van de berg afdaalde, viel er een groot vuur uit de hemel op hem, waardoor hij tot een klein hoopje as verbrande.

Dit alles gebeurde op de vierde december van het jaar 306



Sint Agatha
Agatha onderging rond 250 een met Barbara vergelijkbaar lot. Ook zij weigerden een huwelijk en bekeerden zich tegen de gevestigde orde in tot het Christendom
De beeldschone Agatha weigerde de minnares te worden van de landvoogd. Dit feit en omdat zij Christen was was de aanleiding voor de landvoogd om haar vreselijk te martelen. Toen Agatha bleef volharden in haar geloof liet hij haar de borsten afsnijden en doodde haar uiteindelijk door haar over brandende kolen te trekken.


Omdat op latere afbeeldingen haar borsten op een schaal werden afgebeeld en de borsten vaak voor broodjes of voor klokken werden aangezien werd zij de patroonheilige van bakkers en klokkengieters, dat later uitgebreid werd met de overige metaalarbeider en omdat de meeste metalen als erts uit de aarde werden gewonnen kwamen de mijnwerkers ook bi dit rijtje beroepen.j



Sint Georgius van Lydda (Sint Joris)

Naast de legende met de draak is er van deze Sint Joris ook nog een tweede legende:

Rond 303 waren er zware christenvervolgingen, waarbij duizenden mensen de marteldood moesten sterven. Toen de in een hoog aanzien staande ridder Georgius van Lydda of Joris dit hoorde wers hij zo verdrietig, dat hij zijn ridderkleren uit deed, al zijn bezittingen aan de armen gaf en christenkleren aan trok. Ook hem kwam dit duur te staan. Hij werd gevangen genomen en toen men merkte, dat hij zijn christelijke geloof niet afviel bogon ook voor hem een serie folteringen. De eerste dag werd zijn lichaam met krammen bewerkt, waarna zijn zijden met fakkels net zo lang gebrand werden, dat zijn ingewanden te zien kwamen. En of dat nog niet genoeg was, wreven ze zijn wonden met zout in. Toen de volgende dag zag, dat Joris door God geheel genezen was, gaven ze hem een beker gif te drinken, wat ook niets uithaalde.
De derde dag werd Joris op een wiel gebonden, waaraan messen zaten, die aan twee kanten sneden. Toen het wiel meteen al brak, lieten ze hem in een ketel kokend lood zakken, waarin hij met Gods hulp in ging zitten alsof het een heerlijk bad was

Uiteindelijk werd Joris door de gehele stad gesleept en onthoofd, waarna de machthebbers zelf – net als bij Barbara, door een plotseling hevig alles verzengend vuur uit de hemel totaal verbrand werden.

Net als bij Barbara werd het plotselinge dodelijke vuur werd in verband gebracht met de gevaarlijke ontploffingen en branden, die nog al eens in de mijnen voorkwamen. Anders dan bij Barbara was er overigens in het geval van Joris geen berg, die hem opnam



Het verhaal van Sint Eligius verloopt heel anders
Eligius werd rond 590 geboren in het plaatsje Chaptelat bij Limoges, waar hij begon als hoefsmid. .

In die tijd had hij een wel heel bijzondere knecht. Elke keer als hij een paard beslog deed hij dat door de komplete voet van het dier af te hakken. Op zijn gemak besloeg hij dan de hoef met het hoefijzer om daarna de voet gewoon weer aan het bloedende been van het paard te maken. Al die tijd gaf het paard dan geen kik en stapte vrolijk en wel weer de hoefsmederij weer uit.


Na zijn periode als hoefsmid, werd hij edelsmid. Op een gegeven moment kreeg hij van de koning een hoeveelheid goud met de opdracht om hiervan een kroon te maken. De hoeveelheid goud was ruim voldoende om er twee van te maken. Omdat hij de rest van het goud ook weer aan de koning terug gaf, werd hij aan het hof aangesteld als muntmeester

Op een gegeven moment nam hij ontslag aan het hof, stichtte een klooster en liet zich tot priester wijden. Met klooster gaf hij grote sommen geld uit aan de armen en aan het vrijkopen van slaven Daarnaast bekeerde hij velen tot het christendom.
In de Eligius’ knecht uit de tijd van zijn hoefsmidschap, zag men Christus zelf, die Eligius op deze manier leerde, hoe hij allerlei heidense ongezonde elementen kan afhakken, verbeteren of genezen en deze elementen op een of andere manier weer in het grote geheel terug kon aanbrengen. Voor al zijn werkzaamheden, die met de nodige wonderen gepaard ging, is Eligius later heilig verklaard.

Vanwege zijn eerder werk als hoefsmid werd Eligius de beschermheilige van iedereen, die met een hamer werkt, dus ook van de mijnwerkers



donderdag 17 november 2016

Pas op voor te veel euforie! Gevaren overhaastte “Kohlenausstieg” nog lang niet geweken!

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans



De ergste kou mag dan nu wel wat uit de lucht zijn maar het is allerminst een al gelopen race!
Neen, het werk moet nog beginnen!
  • In Duitsland zijn de beslissingen over een beëindigen van de (bruin)kolenaktiviteiten  opgeschort tot tenminste 2018 en misschien wel tot 2025.
    2018 en 2025 zijn dichterbij dan we misschien denken en in 2017 zijn daar de verkiezingen .
  • Trump is nog geen president, laat staan dat hij Amerika al uit het klimaatverdrag heeft geleid.
Dat moet allemaal nog gebeuren.

Juist nu komt er werk aan de winkel: het weer onderbouwen en stutten van het draagvlak in de samenleving voor de “kolenstroom”. Een draagvlak, dat behoorlijk is beschadigd...

Onze gehele samenleving had, heeft en zal ook altijd allerlei scheur-, breuk- en splijtvlakken hebben En die vlakken gaan dwars door alle lagen van de bevolking heen.

Net als in het gesteente kent ook de menselijke samenleving niet alleen allerlei lagen maar ook breuk- en splijtvlakken.Hierdoor zal van nature zal geen enkel maatschappelijk draagvlak uit zichzelf  stabiel en solide blijven

Hierdoor zal geen enkel draagvlak van de bevolking geheel zelfstandig en uit zichzelf een altijd stabiele, massieve en solide “constructie” zijn en ook nooit worden. Een sterk stabiel en solide draagvlak kan alleen worden verkregen en behouden door een constante oplettendheid en er aan te blijven werken.
Er hoeft soms ook maar iets te veranderen of een ogenschijnlijk onschuldige haarscheur wordt een complete breuk of nog erger. En reken maar dat de “Kohlengegner” er actief aan zullen blijven om de nodige scheuren te verbreden en splijtvlakken inderdaad los te werken en zo er voor te zorgen ,dat uiteindelijk er geen draagvlak meer is en het-hele-zaakje-in-elkaar-stort.

Het blijft daarom zaak waakzaam en alert te blijven op allerlei halve en hele onwaarheden. En daar waar deze leugens over de kolenwinning en -verstroming de kop op steken, deze waar mogelijk meteen te weerleggen. En dan het liefst onderbouwd met keiharde feiten.
Dit weerleggen van leugens alleen is niet genoeg. Voor een breed, stabiel en solide draagvlak dient het grote publiek ook in de gelegenheid worden gebracht om de puur positieve kanten zien en vooral ook aan te nemen.
Het is dus van belang dat juist ook de positieve kanten – eveneens gestaafd met harde feiten – helder en duidelijk over het voetlicht worden gebracht. Als voorbeelden noem ik hier alleen maar de – bijvoorbeeld in de Duitse bruinkoolwinningen toegepaste moderne mijnbouwtechnieken, de recultivering van uitgekoolde winningen, de rookgasreiniging van de centrales en de ontwikkelingen rond opvang en verwerking van de CO2 (bij dit laatste ga ik er even van uit dat het broeikasverhaal juist is)

Zoals ik hier tegen aan kijk, is dit in stand houden / repareren van het maatschappelijk draagvlak een hele klus. En om maar in de geest van de scheuren, de splijt- en breukvlakken en de stutten te blijven:  Met een paar luizige dennenstammetjes als stut redden we het niet 

Een paar ouderwetse dennenstammetjes als stut zal niet voldoende zijn
Argumenten, die bijvoorbeeld slechts gebaseerd zijn op gevoelsmatigheden zullen onvoldoende zijn voor het repareren en steunen van het draagvlak


Er is wel degelijk zwaar kaliber nodig. Met name op het gebied van de onderbouwing met keiharde feiten. Ik denk, dat het meeste van het harde feitenmateriaal en dus het zware kaliber toch echt van de mensen-van-het-vak moet komen

 
Een zwaarder kaliber stutten zijn nodig in de vorm van keiharde feiten.
Die keiharde feiten zullen toch echt van de vakmensen afkomstig moeten komen.


Het zal een hele klus zijn maar is een bittere noodzaak tenminste als we met z’n allen willen, dat de moderne technieken niet verloren gaan en worden ingeruild voor de veel primitievere werkwijzen van elders.


Ze zijn het waard om er voor te strijden


om ze te behouden

      • de in de Duitse bruinkoolwinningen toegepaste moderne mijnbouwtechnieken, 
      • de recultivering van uitgekoolde winningen, 
      • de rookgasreiniging van de centrales  
      • de ontwikkelingen rond opvang en verwerking van de CO2
        (bij dit laatste ga ik er even van uit dat het broeikasverhaal juist is)


En dan heb ik het helemaal nog niet gehad over de werkgelegenheid van zo vele mensen