Posts tonen met het label Schaufelradbagger. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Schaufelradbagger. Alle posts tonen

donderdag 27 juli 2017

De Romeinen hadden al een emmerketting-graafmachine, die in de 16-de eeuw werd verbeterd.

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

Niet alleen het principe van het schepwiel (Schaufelrad)  maar ook dat van de emmerketting (Eimerketten)  dateert al van oude tijden.

Reeds de Romeinen pasten het principe van de emmerketting al toe bij het graven en uit de grond omhoog halen van waardevolle materialen ( zie de blog  https://bruinkool.blogspot.nl/2016/10/ossenhuiden-zakken-voor-het-omhoog.html  )


Hoewel de machine – net als bij de Romeinen – zelf nog niet kon graven heeft rond 1565 de Fransman Jaques Besson dit concept verder uitgewerkt. Zijn machine bestaat uit een in hoogte verstelbaar A-frame. De ene ‘poot’ van de A bevatte  een oneindig doorlopende keten van flexibel aaneengeschakelde manden of bakken. De keten kon  bovenaan door één persoon met een lier worden aangedreven waarbij onderaan nog iemand meehielp door met een haak de lege bakken naar beneden te trekken. Verder zorgde een omkeeras onder aan de keten ervoor dat de keten van richting werd veranderd. De  manden of bakken werden handmatig gevuld, waarna zij bovenaan zijn aangekomen vanzelf werden geleegd.
De andere ‘poot’ van de A was voorzien van extra gaten, waardoor de werkhoogte van de machine verstelbaar was.

Met vier man beneden en twee boven leverde deze machine  niet alleen een aanzienlijke arbeidsbesparing vergeleken met de manschappen, die nodig waren bij het gebruikelijke ontgraven en afvoeren met kruiwagens en andere karretjes. Hetzelfde of zelfs een beter resultaat werd met dit apparaat sneller en ook goedkoper bereikt.

In zijn  “Theatrvm Instrvmentorvm Et Machinarum “ uit 1544 prees de wiskundige, ingenieur, machinebouwer, wijsgeer  en leraar Jacques  Besson zijn vinding dan ook aan  als “een nieuwe machine, waarmee weinig werklui met weinig kosten grond genoegzaam uit een groeve kunnen tillen” 


Literatuur: (Jacques Besson: Theatrvm Instrvmentorvm Et Machinarum  
                 http://www.theatra.de/repertorium/ed000027.pdf




woensdag 24 mei 2017

Schaufelradbagger heel geschikt voor het afgraven van dunne aardlagen


Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

De Autoschaufler voldeed  in de kolenbunker wel maar bleek voor het werk in de Tagebau zelf  aanvankelijk toch nog te licht. Dit kwam mede omdat in de bunker de kolen al los waren. In de Tagebau moesten de kolen eerst nog uit de formatie losgemaakt worden. Rond 1930 heeft men In de Tagebau Kraft II  “in de Abraum” nog enige tijd geëxperimenteerd met een zwaardere uitvoering van de Autoschaufler op rails. 
Toch werd op basis van het ontwerp van de autoschaufler  door Humboldt tesamen met het Leipziger Algemeiner Transportanlagen Gesellschaft (ATG)  rond 1923 een schepradgraafmachine gebouwd  die met zijn scheppen van 75 liter ( wel geschikt bleek voor het afgraven van de dikkere lagen deklaaggesteente.


Men ontdekte al gauw, dat het werken met een scheprad nog al wat voordelen had ten opzichte van het graven met een emmerketting. Met een scheprad konden gemakkelijk ook dunnere lagen meer selektief  worden gegraven, waardoor ook  dunnere lagen kolen of ander waardevol gesteente apart kon worden gewonnen. Ook kon met het apparaat (dunnere lagen klei, zand of ander gesteente uit een kolenlaag worden weggegraven, zonder dat daarbij te veel kolen verloren gingen.
Zo werd rond 1925 in de Tagebau Louise bij Domsdorf  de schepradgraafmachine Bagger nr 23 ingezet om de storende kleilaagjes uit de kolenlaag te ontgraven.




Een vergelijkbare  machine stond rond 1923  in de Grube Anna bij Skipkau.



Literatuurverwijzingen
Dipl. Ing. H. Ringling “Braunkohlenbergbau gestern und Heute das Morgen? „2008 pag. 63
H.H. Cohrs, R. Oberdrevermann “Giganten im Erd- und Tagebau”2004 pag. 59
L. Rasper Der Schaufelradbagger pag 7
LMBV: Wandlung und Perspektive Tröbitz Domsdorf pag. 12.
W. Schlossig u.a Bergbau in der Niederlausitz pag.28

woensdag 17 mei 2017

De grote sprong in de opkomst van de graafmachines met een scheprad De “Autoschaufler” van Humboldt





















Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

Een hele grote sprong in de ontwikkeling van de graafmachines met een scheprad was de zogeheten “Autoschaufler” ook weer van Humboldt. De machine stond niet langer op een portaal maar werd direct en draaibaar op de 'Unterwagen' gebouwd. Verder hoefde bij deze machine de afvoer van het afgegraven materiaal niet langer persé met wagens te gaan maar kon dat ook met transportbanden. De Austoschaufler werden niet alleen uitgevoerd voor rails maar kon ook worden uitgerust met rupsbanden, waardoor zij in alle richtingen konden rijden en dus veel wendbaarder waren.



De Autoschaufler had op het graafwiel 6 scheppen en was ze waren er in verschillende grootten. Rond 1930 had de kleinste – meer geschikt voor de (wegen) bouw – een schepwiel met een diameter van 2,5 m, waarvan de scheppen elk een volume van 45 liter hadden. Met zijn 80 m3 grond per uur kon deze machine 1820 m3 per etmaal verzetten. De grootste had een scheprad van 3,5m, scheppen van 150 liter en een capaciteit van 240 m3 per uur en dus 5760 m3 per etmaal. (Even ter vergelijking: De B-288 of de 1519 SRs 6300 verzetten elk per 24 uur ca 240 000 m3 grond).

De eerste Autoschauflers werden rond 1919 in kolenopslagplaatsen gebruikt voor het weer uit de opslag overslaan van de kolen. De maximale opslaghoogte, die de autoschaufler weer kon afgraven was tien meter. Bij het inzetten van Autoschauflers in de bruinkoolwinningen zelf bleek, dat zij eigenlijk alleen maar geschikt waren voor het uit de kolenlaag weggraven van dunne lagen gesteente                      
      

Geraadpleegde literatuur
Der Bauingenieur van 11 april 1930 pag. 267
W.Durst en W. Vogt Der Schaufelradbagger 1986 pag. 8Prof. Grünewald "Technische Neuerungen im Betriebe der Rheinischen Braunkohlengrube"Zschr. Glück Auf van 5 mei 1923 



maandag 8 mei 2017

De eerste “boost” in de ontwikkeling van de graafmachine met scheprad (Schaufelradbagger)


Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

De ontwikkeling van de graafmachines  met scheprad (Schaufelradbagger) verliep zo tot het begin van de twintigste eeuw naar verhouding eigenlijk langzaam en met horten en stoten. (Blog https://bruinkool.blogspot.nl/2017/04/de-eerste-graafmachines-met-scheprad.html )  Dit kwam vooral doordat men toen al beschikte over veel effectievere machines, zoals lepelgravers voor het afgraven van  hardere gesteentelagen en de effectief werkende emmerkettingmachines (Eimerkettenbagger)  voor het afgraven van het wat lossere gesteentemateriaal.
Een ander probleem was, dat de machines (centraal) aangedreven moesten worden met een stoommachine en moest  de aandrijvende kracht mechanisch over grotere afstanden getransporteerd worden. Men had toen nauwelijks of helemaal geen (kleinere) plaatselijke diesel- of elektromotoren. Daarbij kwam ook nog, dat men toen ook nog de goede transportbanden had, nodig voor een continu doorgaand afgraven. De graafmachines met scheprad zelf, de mechanische overbrengingen van de aandrijvende kracht en de transportbanden waren toen nog te veel gevoelig voor de slijtage, waaraan zij bij het graven onderhevig waren.

Triest genoeg gaf  de Eerste Wereldoorlog  de grootste aanzet tot de verdere ontwikkeling van de graafmachines met scheprad. De omstandigheden in de Eerste Wereldoorlog waren dusdanig dat de Duitsers voor een belangrijk deel van hun  energievoorziening  aangewezen waren op hun bruinkoolreserves. Daarbij kwam ook, dat er in Duitsland een ernstig te kort was aan een speciale slijtvastere staalsoort, nodig voor de schakels van een emmerkettingen.

In 1916 werd in de bruinkoolgroeve “Roberts Hoffnung” in  Bergwitz bij Bitterfeld voor Duitsland de eerste  graafmachine met scheprad  in gebruik genomen. De machine is gebouwd door Maschinenbau-Anstalt Humboldt uit Keulen-Kalk voor  het afgraven van de deklaag boven de kolen. De  bouw van de machine kwam  geheel overeen met die van een emmerkettinggraafmachine.  In feite kwam het er op neer, dat men in principe alleen de emmerketting verwisseld had voor een op en neer beweegbare graafarm met het scheprad.  Met een graafwiel van 6m  kon het apparaat 400 m3 gesteente per uur afgraven. (9600m3 per etmaal) 


De machine was draaibaar op een portaal als onderbouw gemonteerd, waarvan het portaal zelf en de afvoerwagens op rails liepen. Het afgegraven materiaal kon zo dus direct van de graafarm in de afvoerwagen worden gestort. 

Helaas is deze  machine slechts tot 1923 in bedrijf geweest en is hij vervolgens gesloopt en als schroot afgevoerd. Eerstens was hij door de  bouw boven op een portaal samen met de windvang door de graafwiel en -arm te onstabiel. Omdat door de oorlog ijzer en staal so-wie-so schaars was,  waren bepaalde onderdelen van de machine dan maar van hout gemaakt. (Alles met elkaar maakte dit, dat deze machine niet bestand was tegen de eigenschappen van het Bergwitzer deklaaggesteente.

In de periode direct na het einde van de eerste Wereldoorlog verbeterde Humboldt dit type schepradgraafmachine naar een apparaat, dat 300 m3 gesteente of kolen per uur kon afgraven ( dus 7200 m3 per etmaal). De graafarm was 16 m lang. Het scheprad  met zijn 8 scheppen had een diameter van 5,2 m. Voor zijn aandrijving waren 6 elektromotoren nodig, waarvan één voor het scheprad, één voor de lopende band één voor de draaiing van de graafarm, één voor de vertikale beweging van de graafarm en tenslotte twee elektromotoren voor het rijden van de machine. 




Geraadpleegde literatuur:
H.H. Cohrs, R Oberdrevenmann Giganten in Erd- und Tagebau pag 41
 Fahren mit einen Holzplattenband) Chronik des Braunkohlenbergbaues im Revier Bitterfeld Bd III pag. 19)
W. Durst en W. Vogt Der Schaufelradbagger 1986 p. 6-7
  Chronik des Braunkohlenbergbaues im Revier Bitterfeld Bd III pag. 19
Prof.  F. Orunewald Köln, „Technische Neuerungen im Betriebe der rheinischen Braunkohlengruben“  .Berg- und Hüttenmännische Zeitschrift “Glück Auf” van 5 mei 1923 pag 429 ev

zaterdag 29 april 2017

De eerste graafmachines met scheprad (Schaufelradbagger) van eind 19e begin 20e eeuw


Ing. Anne-Marie Oudejans
Nadat de Romeinen met hun tympanum (Blog  https://bruinkool.blogspot.nl/2016/04/de-romeinse-tympanum-als-verre.html     en Leonardo Da Vinci (Blog  https://bruinkool.blogspot.nl/2016/03/voorlopers-van-de-huidige-graafreuzen.html    de eerste voorlopers van de graafmachines met een graafwiel of ‘scheprad’ (Schaufelradbagger)  hadden ontworpen, volgden met vallen en opstaan nog vele verdere ontwerppogingen . De eerste machines hadden hun graafwiel of ‘scheprad’  in het hart van de machine, waarbij  het ontgraven materiaal direct op de kant werd gestort. Hierdoor kon er met zo’n machine  alleen maar sleuven worden gegraven.  Uiteindelijk kwamen pas na de uitvinding van de stoommachine de ontwikkelingen van het scheprad (Schaufelrad) pas echt op gang.


Graafarm (Radausleger)
In Amerika verkreeg Christian Smith in 1881 patent (US 242 484) op een schepradgraafmachine met een graafarm.   De graafarm had  twee graafwielen met elk 4 graafemmers. Onder de graafarm, tussen de twee graafwielen,  liep  een lopende (afvoer)band. Via stortkokers viel het materiaal uit de graafemmers zijwaarts op de lopende band.          



Smith’s  stelsel van graafarm en lopende band kon niet alleen omhoog worden gehesen of omlaag worden gelaten maar was daarnaast ook (horizontaal)  draaibaar. Het geheel werd door stoom aangedreven en was op rails worden verplaatsbaar.  Op deze manier kon men met deze machine veel grotere oppervlakten en veel dikkere lagen grond afgraven en was de toepassing niet langer beperkt tot alleen  gleuven.

Problematiek bij het legen van de scheppen
Bij de (zijdelingse) afvoer via stortkokers van afgegraven materiaal vanuit het scheprad naar de lopende band bleek er teveel grond naast de lopende band te vallen. Verschillende uitvinders trachtten  ( US 287 563, Morton,  FR 387 439 Glockner) )  dit verlies te verminderen  door de afvoer uit het scheprad naar de lopende band niet zijdelings maar via een helling direct achter en onder het rad te laten gebeuren. Morton wilde daarbij de verliezen extra verder verkleinen door de scheppen te voorzien van automatisch intrekbare randen, hetgeen door de complexiteit en de slijtagegevoeligheid eveneens onvoldoende soulaas bracht.
   
Via verschillende uitvoeringen zelfs één met een scheprad  voor een emmerketting (S.J.  Loyd en A.R. Grossmidt)en één met het rad haaks op de transportband (US 533 376 Albert Roll) , kwam in 1913 George Eugene Schwandner (DE 271 118)  met een graafmachine met scheprad, waarbij het afgegraven materiaal weer zijdelings  uit de schep direct op de transportband kwam. De as van zijn graafwiel viel samen met de  as aan de ene kant van de lopende band. Verder had het wiel zelf voor elk van de vier scheppen  inwendig een schuine kant  van de schep naar de lopende band toe. , Deze machine luidde de uiteindelijk de vormgeving van de huidige graafwielmachines  met scheprad in.


maandag 25 juli 2016

Tagebau Erlebnis 7 Apparaten in de kolenlaag

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

In de kolenlaag, onder de F-60 graven emmerketting- en emmerwielgraafmachines de kolen op
Tagebau Welzow-Süd
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Voor het winnen van deze kolen worden in Welzow-Süd die emmerketting-graafmachines van het type ERs 710 ingezet. Deze machines, welke op rupsbanden staan en draaibaar zijn hebben graafemmers van 710 liter en kunnen elk per uur 1400 vaste m3 kool verzetten. Daarnaast zijn er twee emmerwiel-graafmachines (Schaufelradbagger) van het type SRs 1301, die elk voor de verwerking per uur van 3500 vaste m3 kool staan.
Deze machines deponeren de afgegraven kolen op de kolentransportband. Indien nodig maken zij hiervoor extra gebruik van een bandwagen, die tijdens ons bezoek even verderop enkel geparkeerd paraat stond.

Als een graafmachine te ver van de kolenband af zou komen te staan, kan gebruik gemaakt worden van deze gereed staande Bandwagen
Tagebau Welzow-Süd
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)

Wanneer de graafmachine op een (waardeloze) tussenlaag stuit, draait de operator de afwerparm of "Abwurfauslager" van de kolenband af rechtstreeks naar de het begin van de verkippung.

Bij een laag waardeloos materiaal, draait de "Baggerfahrer" de afwerparm van de graafmachine van de kolenband af  en dumpt het materiaal rechtstreeks in de "Verkippung"
Tagebau Welzow-Süd
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)

De kolen gaan met de kolenband naar een overslagstation, vanwaar zij naar de Centrale Schwarze Pumpe worden getransporteerd.

Geheel onder de indruk en overweldigd stond ik naar boven te kijken naar de F-60 maar vooral ook naar de "3750 emmerketting-gravers", die nu nog majestueuzer over kwamen.

Majestueus torent deze "3750 emmerkettinggraafmachine" boven ons in de kolenlaag uit
Tagebau Welzow-Süd
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)

Totdat ik nog even een sprintje moest trekken omdat ik nu echt de allerlaatste was die nog in de bus moest en de chauffeur hem al had gestart. Het valt mij nog mee dat hij niet moest toeteren.......
In de kolenlaag schuin onder de F-60
 Tagebau Welzow-Süd
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)
Twee graafmachines in de kolenlaag bij de inmiddels invallende avondschemering
Tagebau Welzow-Süd
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



dinsdag 5 juli 2016

Tagebau Erlebnis 3

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

Verlader en Bandwagen: de verbindende schakel tussen graafmachine  en transportband.


Schaufelradbagger 1519 SRs 6300 met Verlader en Bandwagen in Tagebau Welzow-Süd
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Zoals eerder gezegd is Schaufelradbagger 1519 SRs 6300 een graafmachine en meer niet. De kleinere machines van deze soort kunnen hun afgegraven materiaal "zelf" op de centrale transportband storten. Echter de graafcapaciteit van de "1519 SRs 6300" is daarvoor te groot.

De verlader tussen de 1519 en de bandwagen
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



Detail van de toevoer van de "1519" naar de verlader (Verladegerät) richting Bandwagen
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Daarom moet hij, voor de verdere afvoer en verwerking het afgegraven gesteente via een verlader (das Verladegerät) op een zogeheten Bandwagen afgeven. De verlader rijdt op zijn eigen rupsbanden en is bovendien onafhankelijk van de “1519” geheel zwenkbaar.

De verlader tussen de graafmachine 1519 en de bandwagen rijdt op zijn eigen rupsbanden
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


De verlader heeft aan de kant van de bandwagen een uiteinde, waarmee het afgegraven gesteente aan de bandwagen wordt afgegeven. Ook dit uiteinde van de verlader kan weer onafhankelijk zwenken ten opzichte van de verlader zelf .

Het "uiteinde" van de verlader richting bandwagen is zwenkbaar
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



Detail draaipunt vóór de bandwagen
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


 Op zijn beurt draagt de bandwagen via een soort enorme trechter het materiaal weer over op een centrale transportband. De bandwagen loopt niet op rupsbanden maar op rails, waarvan op de bielzen de dragers van de transportband rusten.

De bandwagen loopt op rails, waartussen op zijn beurt de centrale lopende band .
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


De centrale transportband voert het materiaal via diverse aandrijfstations over het gehele terrein uiteindelijk naar de Absetzer, die het gesteente in de “Verkipping” terug stort

Detail van de trechtermond, van waaruit het gesteente op de lopende band terecht komt
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)

. 

Tagebau Erlebnis 3

Verlader en Bandwagen: de verbindende schakel tussen graafmachine  en transportband.


Schaufelradbagger 1519 SRs 6300 met Verlader en Bandwagen in Tagebau Welzow-Süd
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



Zoals eerder gezegd is Schaufelradbagger 1519 SRs 6300 een graafmachine en meer niet. De kleinere machines van deze soort kunnen hun afgegraven materiaal "zelf" op de centrale transportband storten. Echter de graafcapaciteit van de "1519 SRs 6300" is daarvoor te groot.

Het tussenstuk tussen de 1519 en de bandwagen
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



Detail van de toevoer van de "1519" naar de verlader (Verladegerät) richting Bandwagen
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)





Daarom moet hij, voor de verdere afvoer en verwerking het afgegraven gesteente via een verlader (das Verladegerät) op een zogeheten Bandwagen afgeven. De verlader rijdt op zijn eigen rupsbanden en is bovendien onafhankelijk van de “1519” geheel zwenkbaar.

De verlader tussen de graafmachine 1519 en de bandwagen rijdt op zijn eigen rupsbanden
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



De verlader heeft aan de kant van de bandwagen een uiteinde, waarmee het afgegraven gesteente aan de bandwagen wordt afgegeven. Ook dit uiteinde van de verlader kan weer onafhankelijk zwenken ten opzichte van de verlader zelf .

Het "uiteinde" van de verlader richting bandwagen is zwenkbaar
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)




Detail draaipunt vóór de bandwagen
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



 Op zijn beurt draagt de bandwagen via een soort enorme trechter het materiaal weer over op een centrale transportband. De bandwagen loopt niet op rupsbanden maar op rails, waarvan op de bielzen de dragers van de transportband rusten.

De bandwagen loopt op rails, waartussen op zijn beurt de centrale lopende band .
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



De centrale transportband voert het materiaal via diverse aandrijfstations over het gehele terrein uiteindelijk naar de Absetzer, die het gesteente in de “Verkipping” terug stort

Detail van de trechtermond, van waaruit het gesteente op de lopende band terecht komt
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


. 

zondag 26 juni 2016

Schaufelradbagger "1519 SRs 6300 deel 2

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

Een schaufelradbagger of emmerwielgraafmachine is, zoals het woord al zegt een graafmachine en ook niet meer dan dat. In feite doet hij – welliswaar dan in het groot – niets anders dan wat wij zelf met een schep doen namelijk een gat graven….Meer niet


1519 SRs 6300 Draaipunt van de graafarm
(Foto Anne-Marie Oudejans mei 2016)


1519 SRs 6300 Waar ballastarm en graafarm samen komen
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



Juist daarom vind ik het zo fascinerend om te zien wat voor constructie-elementen er allemaal aan zitten. Of dat nou de enorme rupsbanden of de bakken aan het graafwiel (18 stuks met elk een inhoud van 6,3 m3!) zijn , het graafwiel zelf, het draaimechanisme, waaromheen het hele gevaarte om zijn as kan draaien (en dat zo’n gevaarte überhaupt kàn draaien).



1519 SRs 6300 Bovenaan het graafwiel
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)




1519 SRs 6300 Eén zo'n bak heeft al een inhoud van 6300 liter
En de machine heeft 18 van deze bakken.....
(foto: Anne-Marie Oudejans)


En – daar heb ik nu eenmaal oog voor – het (gezamelijke) lijnenspel van bijvoorbeeld spanten, kabels en de stelsels van geleiderollen met de transportbanden.


De toppen van de beide pilonen van de 1519 SRs 6300
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)




De Schaufelradbagger “1519SRs 6300” in Welzow-Süd heeft niet alleen enorme afmetingen. Hij is “ook nog al wat mans” om het maar zo maar eens heel zachtjes uit te drukken.
In een eerdre blog https://bruinkool.blogspot.nl/2016/04/goliath-10-en-goliath-11-ofwel-de.html Eerder heb ik al eens, voor een lezing, in grafieken weergegeven hoeveel gesteentemateriaal de B288 met een vergelijkbare capaciteit als de “1519” in Garzweiler kan wegzetten.

donderdag 23 juni 2016

Tagebau Erlebnis deel 2: Schaufelradbagger “1519 SRs 6300”


Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

En wat Poes Minou hiermee te maken heeft.............

Dat de apparaten in de bruinkoolwinning niet voor niets “Grossgeräte” worden genoemd wist ik wel. Maar wat dat echt betekent zou ik snel echt ook ervaren. Schaufelradbagger 1519SRs 6300, waar we als eerste naar toe gingen en die in de verte nog zo klein leek is 64 m hoog, bijna 250 m lang en 57 m breed. 


De reus, die in de verte nog zo klein leek.......
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



Die getallen had ik van te voren thuis al opgezocht. maar voor mij waren het in feite niets meer dan gewone dooie cijfertjes En met dooie cijfertjes op zich heb ik niet zo veel. Pas toen ik naast het apparaat stond kwamen ze tot leven. Wat een sensatie om naast een graafmachine te staan die  64 m hoog, 250 m lang en 57 m breed is…..


Graafmachine  "1519 SRs  6300", 64 m hoog, 250 m lang en 57 m breed .....
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



Mijn techniekhartje ging vanzelf helemaal open staan en een onweerstaanbare aantrekkingskracht raakte mij en greep mij volledig tot in mijn diepste vezel. Zo overmeesterd, gepassioneerd en in bijna totale overgave heb ik het apparaat van zoveel mogelijk kanten bekeken, bewonderd en gefotografeerd.


Detail verbindingsstuk van de machine "Schaufelradbagger  1519 SRs 6300"naar de Bandwagen
(Foto: Anne-Marie Oudejans)



Lijnenspel tussen de beide pilonen van de 1519 SRs 6300
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



En deze fascinatie zou trouwens niet bij deze ene keer blijven…

Schaufelradbagger 1519SRs 6300 was met zijn graafwiel van 17 m doorsnede volop bezig om de bovenste 40-50 meter deklaaggesteente weg te graven . Een wiel van 17 m, Dat is even hoog als een flat van 7 verdiepingen. En dat is dan alleen nog maar het graafwiel zelf….


Alleen al het graafwiel van de 1519 SRs 6300 is net zo hoog als een flatgebouw van 7 verdiepingen
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



Vanuit de besturingscabine bij het graafwiel heeft de "Grossgerätefahrer"een goed zicht op zijn werk
(Foto: Anne-Marie Oudejans:mei 2016)



Vergelijking van grootte van het graafwiel met de afmetingen van deze flinke shovel
(Foto: Anne-Marie Oudejans: mei 2016)




Hoe groot alleen al de rupsbanden van Schaufelradbagger 1519 SRs 6300 zijn.......In de gele omlijning staat iemand
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016) 


Poes Minou.....
Eerlijk gezegd verwachtte ik, dat deze reus bij zijn werk een enorme herrie maakt. Het tegendeel is waar. Een rustig voortgaand soort knabbelend geluid bereikte mijn oren. Een geluid, dat mij eerder deed denken aan een tevreden spinnende kat, die zijn brokjes opeet.
Maar in dit geval is dat dan wel een hele grote. Poes Minou

Het geluid van de machine deed mij eerder denken aan een tevreden spinnende kat, die zijn brokjes op eet deed dan aan zo'n levensgrote  machine
(Foto: Anne-Marie Oudejans: mei 2016)