Posts tonen met het label Eimerkettenbagger. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Eimerkettenbagger. Alle posts tonen

woensdag 18 november 2020

Wie der Kaiser Wilhelm Canal verbunden ist mit der Rheinischen Braunkohle

 Im Jahre 1895 faßte die Gewerkschaft Donatus einen epochemachenden Entschluß: Sie setzte - erstmals im Revier - in ihrem Abraumdienst einen Bagger ein. Damals war gerade der Kaiser-Wilhelm-Kanal fertig geworden, der quer durch Holstein die Ostsee mit der Nordsee verbindet. Bei Aushebung dieses Kanals hatten einige von der Lübecker Maschinenbau-Gesellschaft gebaute Bagger gute Dienste geleistet. Einen dieser Bagger - man nannte sie damals noch „Excavatoren“ - kaufte nun Donatus an. Es war ein kleines Gerät, das höchstens 180 cbm in der Stunde schaffte, aber es bewährte sich so gut, daß zwei Jahre später noch ein zweiter LMG-Bagger eingesetzt wurde.
(Fritz Wündisch:  “Von Klütten und Briketts Bilder aus der Geschichte des Rheinischen Braunkohlenbergbaus” )

 


Diese Passage veranlasste die Suche nach der Maschine, die stammte aus Arbeiten am Kaiser-Wilhelm-Kanal , auch Nord-Ost-Kanal oder Kieler Kanal genannt.
 Der 97 km lange Kanal, der von der Nordsee bei Brunsbüttel bis zur Ostsee bei Kiel verläuft, wurde zwischen 1890 und 1895 gegraben.
Dieser dann inmense Job ist teilweise manuell! aber zum größten Teil mit Baggern (damals "Excavator" genannt) sowohl "im Trockenen" so an Land als auch von Schwimmbaggern ,(,d.h. im Nassen).

Eine der Maschinen, die an Land arbeitete, landete im Braunkohlegrube Donatus bei Brühl.

Anfangs war mir also nichts mehr bekannt, als dass die Maschine von der Lübecker Maschinenbau-Gesellschaft (LMG) gebaut wurde und dass es sich um eine "kleine Maschine mit einer Kapazität von höchstens 180 m3 pro Stunde" handelte.

Zu dieser Zeit hatte LMG drei Arten von "Exkavaoren" Typ A, B und C. mit Kapazitäten von 180 – 240 und 90 m3/Stunde.  (litt Glück Auf 24 Aug 1907 pag 1075) Auf der Grundlage der in der Einleitung angegebenen Kapazität kann davon ausgegangen werden, dass es sich bei der Maschine in "Donatus" um einen "Lübecker Exkavator Typ A" gehandelt haben muss.

Tatsächlich begann der Maschinenaushub des Nord-Ost-Kanals 1889 mit drei dampfbetriebenen "Excavatoren" der Lübecker Maschinenbau Gesellschaft (LMG).  Zwei von ihnen waren "Bagger I" und "Bagger III" des Typ "A". "Bagger II" wurde , wie alle LMG-Maschinen des Typs B später eingesetzt  Bagger I und Bagger III waren damit überhaupt die einzigen beiden A-Bagger.

Im Trajekt bei Dückerwisch beispielsweise hat einer der A-Typen überplanum in Hochschnitt die oberen Meter ausgehoben und die andere Maschine typ A unterplanum im Tiefschnitt die nächste Erdschicht.



Schließlich arbeiteten diese drei ersten Maschinen von Anfang an von 1889 bis 1893, als sie endgültig stillgelegt wurden, am Kanal.

Typ "A" zeichnet sich unter anderem dadurch aus, dass die Loren zur Transportierung  des ausgehobenen Materials auf der offenen Hinterseite der Maschine vollständig gefüllt wurden, was durch das Wort Hinterschütter gekennzeichnet ist.


Der Nachteil ist, dass es nicht nur das Gewicht der Maschine relativ nahe an der Aushubseite drückt, sondern auch den Druck, der durch die Kräfte des Grabens und daher besteht  die Gefahr der Rutschung und Absenkung. All dies schränkt die Kapazität dieser Maschine stark ein.

 

Darüber hinaus eignet sich diese Maschine so-wie-so besser zum Ausheben von leichten und lockereren Böden.
Mit seine  geschätzte Höhe von 6 m und ein Gewicht von 40 Tonnen hatten die  "Bagger Typ A" eine Stärke von etwa 30 PS und konnten eine Höhe von etwa 5 m ausgraben. "Unterplanum  konnte er mit einer (längeren) und umgekehrten Eimerkette drei bis vier Meter tief graben.

 

EINES DIESER ZWEI "EXCAVATORS TYPE A" IST SO VOM KAISER WILHELMKANAL ANGEKOMMEN IM BRAUNKOHLETAGEBAU "DONATUS" IN DER NÄHE VON BRÜHL



Doch dieser kleine Dreumes ist ein Anherr der heutigen riesigen Eimerkettenbagger und seitwärts auch der heutigen großen Schaufelradbagger. 

(Zum Vergleich können die aktuellen Lausitzer Eimerkettenkettenbagger vom Typ Es3750 pro Stunde 14 000 m3 Erdmasse bewegen
 Der rheinische  Schaufelradbagger B-288 kann dies pro Stunde mit 19 100 m3 Litt Thyssen Krupp 

Dieses Wachstum von "Excavateur" zu "Eimerkettenbagger" wurde bereits bei den Arbeiten am Kaiser Wilhelkanal eingesetzt. Bei Maschinen des Typs B ist  das Problem der Absenkung der Maschinen unterfangen durch die Loren nicht mehr hinten, sondern in einem Portal unter der Maschine zu beladen. 

Bei einem solchen "Portalschütter" ist der Druck dieser Maschine auf der Boden besser über  vorne und hinten  verteilt und somit das Absenkungsrisiko stark reduziert. , und könnte damit für Portalschütter die Kapazität stark erhöht werden. Am Ende haben 22 LMG -Type B Bagger an der Aushub des Kanals beteiligt.

Bemerkenswert ist, dass der Hauptvollstrecker der Kanalaushubarbeiten, C. Vering, selbst viel zu dieser Entwicklung beigetragen hat Seine "Excavateur Typ A" basierte Vering  auf dem "Bagger von Couvreux". Nachdem entwickelte Vering  Typ B.. Für beide (und viele weitere Erfindungen) hat er Patente erhalten, die er an LMG weiterverkauft hat. 

Auf den ersten Blick zeichnen sich die Maschinen von Couvreux und Vering nur durch Teile aus. Eine wesentliche Verbesserung, die Suspension machte, dass die untere Umkehrachse der Eimerkette bei Vering sechseckiger statt eines normalen Rades war, wie bei Couvreux . Dies gab die eine signifikante Verbesserung des Grabens


 

Litt:Fülscher Der Bau des Kaiser Wilhelms-Canals Zeitschrift für Bauwesen 1896 1899
         Glück Auf 24 aug 1907 pag 1075
        Brochure FAM Eimerkettenbagger
        Litt Thyssen Krupp Referenzen Schaufelradbagger 




 




donderdag 27 juli 2017

De Romeinen hadden al een emmerketting-graafmachine, die in de 16-de eeuw werd verbeterd.

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

Niet alleen het principe van het schepwiel (Schaufelrad)  maar ook dat van de emmerketting (Eimerketten)  dateert al van oude tijden.

Reeds de Romeinen pasten het principe van de emmerketting al toe bij het graven en uit de grond omhoog halen van waardevolle materialen ( zie de blog  https://bruinkool.blogspot.nl/2016/10/ossenhuiden-zakken-voor-het-omhoog.html  )


Hoewel de machine – net als bij de Romeinen – zelf nog niet kon graven heeft rond 1565 de Fransman Jaques Besson dit concept verder uitgewerkt. Zijn machine bestaat uit een in hoogte verstelbaar A-frame. De ene ‘poot’ van de A bevatte  een oneindig doorlopende keten van flexibel aaneengeschakelde manden of bakken. De keten kon  bovenaan door één persoon met een lier worden aangedreven waarbij onderaan nog iemand meehielp door met een haak de lege bakken naar beneden te trekken. Verder zorgde een omkeeras onder aan de keten ervoor dat de keten van richting werd veranderd. De  manden of bakken werden handmatig gevuld, waarna zij bovenaan zijn aangekomen vanzelf werden geleegd.
De andere ‘poot’ van de A was voorzien van extra gaten, waardoor de werkhoogte van de machine verstelbaar was.

Met vier man beneden en twee boven leverde deze machine  niet alleen een aanzienlijke arbeidsbesparing vergeleken met de manschappen, die nodig waren bij het gebruikelijke ontgraven en afvoeren met kruiwagens en andere karretjes. Hetzelfde of zelfs een beter resultaat werd met dit apparaat sneller en ook goedkoper bereikt.

In zijn  “Theatrvm Instrvmentorvm Et Machinarum “ uit 1544 prees de wiskundige, ingenieur, machinebouwer, wijsgeer  en leraar Jacques  Besson zijn vinding dan ook aan  als “een nieuwe machine, waarmee weinig werklui met weinig kosten grond genoegzaam uit een groeve kunnen tillen” 


Literatuur: (Jacques Besson: Theatrvm Instrvmentorvm Et Machinarum  
                 http://www.theatra.de/repertorium/ed000027.pdf




donderdag 13 oktober 2016

Ossenhuiden zakken voor het omhoog halen van erts of wel een heel verre en primitieve voorloper van de ES 3750-Eimerkettenbagger

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

In deze blog komen mijn twee grote interesses en hobby’s samen : de enorme machines van de bruinkoolwinning en de geschiedenis van de dierlijk afvalverwerking (destructie of “animal rendering”)We gaan naar een van de verre voorlopers van de “emmer-ketting-graafmachine in wel de zeer oude tijden.

In deze blog wordt één van zijn  verre verre voorouders beschreven

Eimerkettenbagger van het type ES 3750 in de Dagbouw Welzow-Süd
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Naar kolen werd er toen nog niet gezocht en gegraven maar wel naar allerlei ertsen. Net als nu nog moest er ook toen – om bij het waardevolle materiaal te komen – eerst het nodige deklaaggesteente worden weggegraven.

En ook hierin speelde dierlijk materiaal een rol.

Onder meer de Romeinen hadden in hun tijd al min of meer gemechaniseerde methoden om gesteente, erts en ook water uit schachten en gaten op te graven en naar boven te krijgen. Eén daarvan was een stellage met een aandrijf rol, waarover een doorlopende ketting liep met daaraan meerdere houten bakken, rieten manden of zakken. Onder in het gat werden zij meestal per drie stuks door slaven gevuld en weer aan de ketting bevestigd. Via een stabilisatierol ging de ketting met de gevulde manden weer naar boven, terwijl aan de andere kant drie lege manden naar beneden kwamen.

Er werd (nog) niet met de machine zelf gegraven. De bakken of manden werden onder in het gat door slaven gevuld. In het gunstigste geval gebeurde dat met een stuk gereedschap, dat het midden hield tussen een schep en een schuiver, schoffel of “hak”. Vaak echter moesten de slaven dit gewoon met de blote handen doen. In zijn beroemde boek “De Re Metallica” noemde Agricola in 1556 deze mensen “ingestors” wat letterlijk “in-doeners” of ingooiers betekent. In latere Engelse vertalingen werden zij met “shovellers” aangeduid.

Vooral wanneer er ook water mee naar boven gebracht moest worden, werden de bakken en manden of een deel daarvan ook vervangen door zakken, die men van 2 tot 21/2 nog behaarde ossenhuiden maakte. Deze zakken waren lichter dan de bakken of manden, zodat er meerdere zakken aan de ketting konden en er dus meer kon worden “geproduceerd”. Daar tegenover staat dat de houten of rieten bakken en manden beter bestand waren tegen slijtage.

De haarzijde kwam dan aan de buitenkant, waarbij de haren de eerste slijtage van de zak opvingen. Aanvankelijk moest ook het water in de zakken handmatig geschept worden maar later kwam er aan de bovenkant van de zak een ijzeren ring. Wanneer de zak in het water kwam bleef hij open staan en werd de zak zelf vullend. Niet alleen kon er zo met minder mankracht het water uit het gat “geput” worden. Wanneer er niet teveel water onder in het gat stond, konden de slaven gelijktijdig gewoon doorgaan met het vullen van de bakken met het te verwijderen vaste materiaal.

De aandrijving van de ketting met de bakken en zakken gebeurde in zijn eenvoudigste manier met mankracht. Al naar gelang de grootte en de diepte gebeurde dat met één of meerdere slaven in een tredmolen. Pas toen de hoeveelheden af te voeren materiaal dusdanig groot en/of de diepte groter werd, was een veel sterkere aandrijving nodig en werd het gebruik van dieren daarvoor goedkoper..

De primitieve "voorouder" van de emmerketting-graafmachine of " Eimerkettenbagger"
Bron: De Re-Metallica pag. 174








maandag 12 september 2016

Tussen de graafemmers van een emmerkettinggraafmachine (Eimerkettenbagger) .....

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

Hebben wij in de bruinkoolwinningen zelf de reusachtige apparaten van relatieve afstanden bekeken, in Ferropolis te Gräfenhainichenen bij de Energiefabrik Knappenrode hebben wij dit van heel dichtbij gedaan.
Omdat ik helemaal niet uit het vak kom, gaven de Grossgeräte mij daar een heerlijke, fotogenieke geordende wirwar van balken, spanten, kabels, raderen bakken etc. Een onweerstaanbare aantrekkingskracht trok mij waar mogelijk juist ook naar het inwendige van de machines.
Eenmaal weer thuis was ik benieuwd naar de betekenis en werkingen van al datgene, wat ik heb bekeken en heb gefotografeerd. Internet maar vooral ook allerlei bibliotheekboeken brachten uitkomst.

Emmerkettinggraafmachine met de kenmerkende doorlopende ketting met graafemmersFerropolis Gräfenhainichen Foto Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Het werkzame onderdeel van een emmerketting-graafmachine is de oneindig doorlopende keten van aaneengeschakelde graafemmers. Die emmers zitten aan weerszijden gemonteerd in twee kettingen van schakels, die om en om bestaan uit één dikke schalm (schakel) of twee dunnere schalmen. Voor relatief gemakkelijk te ontgraven grond zit er aan elke tweede dikke schalm, dus elke vierde schakel van de ketting een graafemmer. Aan weerszijde vormt de graafemmer samen met de beide schalmen één geheel.

Hier is goed te zien, dat elke tweede dikke schakel een graafemmer draagt(Ferropolis Gräfenhainichen Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Aan beide uiteinde van de serie emmers zit een omkeeras met voor elk van de beide kettingen een wiel met zes nokken, die precies in de dubbele schakels passen. Al draaiende keert deze as de beweegrichting van de graafemmers om.

De omkeeras aan het ene uiteinde van de emmerketting. De nokken van de as passen telkens precies in de dubbele schakel(Ferropolis Gräfenhainichen Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



Ik kon helaas niet bij de as komen, die helemaal binnen in de machine zit en de gehele emmerketting aandrijft.

Monding emmergoot
(Ferropolis Gräfenhainichen Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)

Voordat de emmerketting de te ontgraven grond raakt, loopt de ketting vanaf de aandrijfas eerst door de emmergoot uit de machine. Deze goot is zo lang, dat er te alle tijde voldoende afstand is tussen de machine en de rand van de ontgraving. Zo wordt voorkomen dat de ontgravingswand instort of in zakt en de machine hetzij bedolven wordt of dat hij wegzakt.


In de emmergeleider
(Ferropolis Gräfenhainichen Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


In de emmergoot
(Ferropolis Gräfenhainichen Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)

Om ervoor te zorgen, dat de emmerketting bij het ontgraven niet kan doorbuigen, loopt de emmerketting over zijn volle lengte door de emmergeleider. De geleider is variabel in lengte. Hierdoor kan men bij het ontgraven geheel inspelen op de dikte van de af te graven laag. Uiteraard moet wel, bij het veranderen van de lengte van de geleider ook de lengte van de ketting worden aangepast. Dus moeten er schakels en emmers worden toegevoegd of verwijderd.

De emmergeleider kan op meerdere plaatsen scharnieren
                                                (Ferropolis Gräfenhainichen Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Naast het varieren in lengte kan de emmergeleider op meerdere plaatsen scharnieren. Zo kan het uiteinde van de ketting over een paar meter horizontaal worden gezet. Dit is vooral van belang om - bij onderhands graven (Tiefschnitt) - de deklaag ook geheel van de kolenlaag af te kunnen schrapen.
Wanneer de machine bovenhands (Hochschnitt) graaft, kan, door de eerste twee scharnierpunten bij de machine, het eerste stuk horizontaal worden gezet. Op deze wijze wordt dan in één werkgang ook meteen het horizontale vlak (Sohle) gevormd, waarop de graafmachine bij de verder voortgegane ontgraving moet komen te staan.

De emmergeleider heeft verder in het midden nog een of meerdere extra scharnierpunten voor extra mogelijkheden om het ontgravingsprofiel aan te kunnen passen.

Boven over de emmergoot komt de emmerketting uit de machine
(Ferropolis Gräfenhainichen Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)

Elk scharnierpunt is aan de machinezijde met een takel aan de machinepilon verbonden. Samen met een systeem van contragewichten wordt met dit takelsysteem zo de stand van de emmergeleider bepaald, waarbij de machine stabiel blijft.

maandag 25 juli 2016

Tagebau Erlebnis 7 Apparaten in de kolenlaag

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

In de kolenlaag, onder de F-60 graven emmerketting- en emmerwielgraafmachines de kolen op
Tagebau Welzow-Süd
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Voor het winnen van deze kolen worden in Welzow-Süd die emmerketting-graafmachines van het type ERs 710 ingezet. Deze machines, welke op rupsbanden staan en draaibaar zijn hebben graafemmers van 710 liter en kunnen elk per uur 1400 vaste m3 kool verzetten. Daarnaast zijn er twee emmerwiel-graafmachines (Schaufelradbagger) van het type SRs 1301, die elk voor de verwerking per uur van 3500 vaste m3 kool staan.
Deze machines deponeren de afgegraven kolen op de kolentransportband. Indien nodig maken zij hiervoor extra gebruik van een bandwagen, die tijdens ons bezoek even verderop enkel geparkeerd paraat stond.

Als een graafmachine te ver van de kolenband af zou komen te staan, kan gebruik gemaakt worden van deze gereed staande Bandwagen
Tagebau Welzow-Süd
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)

Wanneer de graafmachine op een (waardeloze) tussenlaag stuit, draait de operator de afwerparm of "Abwurfauslager" van de kolenband af rechtstreeks naar de het begin van de verkippung.

Bij een laag waardeloos materiaal, draait de "Baggerfahrer" de afwerparm van de graafmachine van de kolenband af  en dumpt het materiaal rechtstreeks in de "Verkippung"
Tagebau Welzow-Süd
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)

De kolen gaan met de kolenband naar een overslagstation, vanwaar zij naar de Centrale Schwarze Pumpe worden getransporteerd.

Geheel onder de indruk en overweldigd stond ik naar boven te kijken naar de F-60 maar vooral ook naar de "3750 emmerketting-gravers", die nu nog majestueuzer over kwamen.

Majestueus torent deze "3750 emmerkettinggraafmachine" boven ons in de kolenlaag uit
Tagebau Welzow-Süd
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)

Totdat ik nog even een sprintje moest trekken omdat ik nu echt de allerlaatste was die nog in de bus moest en de chauffeur hem al had gestart. Het valt mij nog mee dat hij niet moest toeteren.......
In de kolenlaag schuin onder de F-60
 Tagebau Welzow-Süd
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)
Twee graafmachines in de kolenlaag bij de inmiddels invallende avondschemering
Tagebau Welzow-Süd
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



vrijdag 8 juli 2016

Tagebau Erlebnis 4: Het Hauptarbeitsebene met de F-60 met de beide Es 3750 graafmachines

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

De Eimerkettenbaggers 1307 en 1308


Na de emmerwielgraafmachine (Schaufelradbagger 1519 SRs6300) gingen we weer met de bus een verdieping of “Sohle” lager naar het 20-25 m lager liggende grootste werkniveau het “Hauptarbeitsebene”. Hier staan de volgende reuzen: twee emmerkettinggraafmachines of “Eimerkettenbagger” van het type Es 3750. De E staat voor Eimerkettenbagger en de s voor schwenkbar of draaibaar. Het getal 3750 betekent, dat de inhoud van één graafemmer van deze machine 3750 liter is .

Een van de beide "Eimerkettenbagger type Es3750" in de Tagebau Welzow-Süd

(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Deze beide graafmachines uit 1990 met de apparaatnummers 1307 en 1308 hebben geen rupsbanden maar staan op rails. Zij zijn direct gekoppeld aan de transportbrug voor de directe afvoer van het afgegraven deklaaggesteente: de Aubraumforderbrücke F-60.

De "1307 en 1308 Es 3750" staan beide op rails

(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Detail van het onderstel, waarmee de emmerkettinggraafmachine op de rails staat

(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


.Zo mogelijk is dit schouwspel nog adembenemender. De Eimerkettenbaggers zijn ca 70 meter hoog en bij elke machine was er so-wie-so een ketting van over de dertig graafemmers zichtbaar. Alleen al die ketting aan graafemmers is al meer dan 30 m lang.

Detail van de ketting aan graafemmers, die meer dan manshoog is

(Foto: Anne-Marie Oudejans


Eën zo'n graafemmer heeft een inhoud van 3750 liter!

(foto: Anne-Marie Oudejans: mei 2016)


De momenten, dat wij er waren, waren deze graafmachines buiten bedrijf maar normaal gesproken schraapt de ene machine het gesteente van boven naar beneden weg tot een hoogte van 24-30 meter - afhankelijk van de afgravingshoek. De andere machine schraapt het gesteente van beneden naar boven weg tot een diepte varierend van 23-27 m. 

Ruim 70 meter torenen de 1307 en 1308 boven mij uit

(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016) 


Eén zo’n Es3750 kan per uur 14 000 m3 vast gesteente afgraven. Per etmaal is dat dus 336 000 m3! Dat is dus nog 96 000 m3 meer dan wat de 1519 SRs 6300 of de B288 SRs 6300 in Garzweiler kunnen verzetten. 

Het draagstel van de 1307 Es 3750

Foto: Anne-Marie Oudejans


Vlak boven het draagstel van de 1307 Es 3750
Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)

Het verbaasde mij geenszins dat deze emmerwielgraafmachines , die hun afgegraven materiaal direct op de lopende band van de F-60 (waarover de volgende keer meer) lozen”, één van de grootste, zoniet dè grootste graafmachines ter wereld zijn.

Detail van de ophanging van de ketting aan graafemmers

(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



Tagebau Erlebnis 4: Het Hauptarbeitsebene met de F-60 met de beide Es 3750 graafmachines

De Eimerkettenbaggers 1307 en 1308


Na de emmerwielgraafmachine (Schaufelradbagger 1519 SRs6300) gingen we weer met de bus een verdieping of “Sohle” lager naar het 20-25 m lager liggende grootste werkniveau het “Hauptarbeitsebene”. Hier staan de volgende reuzen: twee emmerkettinggraafmachines of “Eimerkettenbagger” van het type Es 3750. De E staat voor Eimerkettenbagger en de s voor schwenkbar of draaibaar. Het getal 3750 betekent, dat de inhoud van één graafemmer van deze machine 3750 liter is .

Een van de beide "Eimerkettenbagger type Es3750" in de Tagebau Welzow-Süd
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Deze beide graafmachines uit 1990 met de apparaatnummers 1307 en 1308 hebben geen rupsbanden maar staan op rails. Zij zijn direct gekoppeld aan de transportbrug voor de directe afvoer van het afgegraven deklaaggesteente: de Aubraumforderbrücke F-60.

De "1307 en 1308 Es 3750" staan beide op rails
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Detail van het onderstel, waarmee de emmerkettinggraafmachine op de rails staat
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



.Zo mogelijk is dit schouwspel nog adembenemender. De Eimerkettenbaggers zijn ca 70 meter hoog en bij elke machine was er so-wie-so een ketting van over de dertig graafemmers zichtbaar. Alleen al die ketting aan graafemmers is al meer dan 30 m lang.

Detail van de ketting aan graafemmers, die meer dan manshoog is
(Foto: Anne-Marie Oudejans



Eën zo'n graafemmer heeft een inhoud van 3750 liter!
(foto: Anne-Marie Oudejans: mei 2016)



De momenten, dat wij er waren, waren deze graafmachines buiten bedrijf maar normaal gesproken schraapt de ene machine het gesteente van boven naar beneden weg tot een hoogte van 24-30 meter - afhankelijk van de afgravingshoek. De andere machine schraapt het gesteente van beneden naar boven weg tot een diepte varierend van 23-27 m. 

Ruim 70 meter torenen de 1307 en 1308 boven mij uit
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016) 



Eén zo’n Es3750 kan per uur 14 000 m3 vast gesteente afgraven. Per etmaal is dat dus 336 000 m3! Dat is dus nog 96 000 m3 meer dan wat de 1519 SRs 6300 of de B288 SRs 6300 in Garzweiler kunnen verzetten. 

Het draagstel van de 1307 Es 3750
Foto: Anne-Marie Oudejans


Vlak boven het draagstel van de 1307 Es 3750
Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Het verbaasde mij geenszins dat deze emmerwielgraafmachines , die hun afgegraven materiaal direct op de lopende band van de F-60 (waarover de volgende keer meer) lozen”, één van de grootste, zoniet dè grootste graafmachines ter wereld zijn.

Detail van de ophanging van de ketting aan graafemmers
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



dinsdag 14 juni 2016

Schijnbare zondagsrust en Bromsnor in Tagebau Jänschwalde

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

Bij “onze” Tagebau in Welzow konden we de apparaten niet echt goed zien. “Ons”uitzichtpunt was al te ver door de verkipping ingehaald  waardoor bijna alleen maar de bovenkant van de F-60 zichtbaar was. Hoewel we in het vroege voorjaar waren, en de bomen nog niet volledig in het blad waren, werd even verderop richting de groeve  het uitzicht door allerlei bosserij belemmerd.

Maar de vakantie was nog net begonnen, dus niet getreurd.

Volgens een reclamebrochure op internet liep er vanaf een uitzichtpunt bij de Tagebau Jänschwalde een fietspad, van waaraf je rechtstreeks in de kolenlaag zelf kon kijken. Vlak tegen de omheining stond een stelletje met een kind op de schouders terwijl een paar stoere bikers er ook wat liepen rond te kijken. En na een mooie wandeling kwamen we op een punt, waar je inderdaad een geheel overzicht had over de aktiviteiten in de kolenlaag. 

Tagebau Jänschwalde . Helaas stond de F-60 met de Zubringer en de bijbehorende Eimerkettenbaggers helemaal aan de andere kant van de groeve.
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Via een "Zubringer" wordt het afgegraven deklaaggesteente van nog een derde graafmachine naar de F-60 gebracht
(Foto: Anne-Marie Oudejans)

Ogenschijnlijk heerste er een Zondagse rust over de Tagebau. Geen van de machines leek in werking te zijn. Pas nu - thuis bij het bestuderen en uitvergroten van mijn foto's - blijkt dat er in de kolenlaag tenminste één machine actief was. Eerst loste hij kolen op de lopende band en even later werd er blijkbaar minderwaardige kool of materiaal opgegraven en dat werd meteen weer verkipt. 

Op deze foto produceert de graafmachine in de rode cirkel  kolen op de transportband naar de centrale(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


En hier dumpt hij het opgegraven materiaal rechtstreeks in de "Innenkippe"
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


En er waren overigens mooie grote stenen, waarop ik geheel gefascineerd en onder de indruk heerlijk op heb zitten te kijken, te genieten en – natuurlijk niet te vergeten -  te fotograferen .
Een mooie steen om heerlijk op zitten te kijken, te mijmeren en te genieten.....
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Bruinkoolwinning en natuur harmonieus naast elkaar
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Totdat achter mijn een barse stem mij deed opschrikken. De barse stem uit een autoraampje van een beveiliger, die narrig zei, dat we op verboden terrein waren, ogenblikkelijk daar weer weg moesten en dat hij anders de politie zou bellen. Nog voordat ik überhaupt maar iets kon zeggen was onze Bromsnor met een dikke stofwolk achter zijn wagen - wroemm, wroemm  - al weer weg. En nee we mochten niet langs dezelfde weg terug maar moesten even verderop buitenom terug. Afdruipoen dus! Met de staart tussen de benen tussen de kippen- en/of varkensschuren door en later door de bosschages achter een hoge schutting om weer terug naar de auto.

Met de staart tussen de benen afdruipen èn dan niet vóór maar achter deze p*kken-schutting langs!
(Foto Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Welliswaar teleurgesteld maar, gezien de eerdere gewelddadigheden en bedreigingen door de Kohlegegner in Rheinland en de op handen zijnde aangekondigde akties in Welzow, had ik op dat moment nog alle begrip voor deze bewaker.

Gelukkig heb ik  -net nog voordat we werden weggestuurd -  deze foto's kunnen maken van de Schaufelradbagger 1557 SRs 2000
(Foto: Anne-Marie Oudejans)


Van de "1557 SRs 2000 blijkt dat de "arm" met het graafwiel (VR Vorschub Radausleger) uitschuifbaar te zijn
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Detail centrum 1557 SRs 2000
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



Na nog een verdere mislukte poging om te kijken of er aan de andere kant van de Tagebau nog een ander uitzichtpunt was, hebben we in een knus, authentiek café-tje in Jänschwalde-dorp ons nog even tegoed gedaan aan een kop Soljanka, een Russische soep.

Èn we hebben Tagebau Nochten en Reichswalde nog....................