Posts tonen met het label Grossgeraete. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Grossgeraete. Alle posts tonen

woensdag 17 mei 2017

De grote sprong in de opkomst van de graafmachines met een scheprad De “Autoschaufler” van Humboldt





















Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

Een hele grote sprong in de ontwikkeling van de graafmachines met een scheprad was de zogeheten “Autoschaufler” ook weer van Humboldt. De machine stond niet langer op een portaal maar werd direct en draaibaar op de 'Unterwagen' gebouwd. Verder hoefde bij deze machine de afvoer van het afgegraven materiaal niet langer persé met wagens te gaan maar kon dat ook met transportbanden. De Austoschaufler werden niet alleen uitgevoerd voor rails maar kon ook worden uitgerust met rupsbanden, waardoor zij in alle richtingen konden rijden en dus veel wendbaarder waren.



De Autoschaufler had op het graafwiel 6 scheppen en was ze waren er in verschillende grootten. Rond 1930 had de kleinste – meer geschikt voor de (wegen) bouw – een schepwiel met een diameter van 2,5 m, waarvan de scheppen elk een volume van 45 liter hadden. Met zijn 80 m3 grond per uur kon deze machine 1820 m3 per etmaal verzetten. De grootste had een scheprad van 3,5m, scheppen van 150 liter en een capaciteit van 240 m3 per uur en dus 5760 m3 per etmaal. (Even ter vergelijking: De B-288 of de 1519 SRs 6300 verzetten elk per 24 uur ca 240 000 m3 grond).

De eerste Autoschauflers werden rond 1919 in kolenopslagplaatsen gebruikt voor het weer uit de opslag overslaan van de kolen. De maximale opslaghoogte, die de autoschaufler weer kon afgraven was tien meter. Bij het inzetten van Autoschauflers in de bruinkoolwinningen zelf bleek, dat zij eigenlijk alleen maar geschikt waren voor het uit de kolenlaag weggraven van dunne lagen gesteente                      
      

Geraadpleegde literatuur
Der Bauingenieur van 11 april 1930 pag. 267
W.Durst en W. Vogt Der Schaufelradbagger 1986 pag. 8Prof. Grünewald "Technische Neuerungen im Betriebe der Rheinischen Braunkohlengrube"Zschr. Glück Auf van 5 mei 1923 



donderdag 23 juni 2016

Tagebau Erlebnis deel 2: Schaufelradbagger “1519 SRs 6300”


Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

En wat Poes Minou hiermee te maken heeft.............

Dat de apparaten in de bruinkoolwinning niet voor niets “Grossgeräte” worden genoemd wist ik wel. Maar wat dat echt betekent zou ik snel echt ook ervaren. Schaufelradbagger 1519SRs 6300, waar we als eerste naar toe gingen en die in de verte nog zo klein leek is 64 m hoog, bijna 250 m lang en 57 m breed. 


De reus, die in de verte nog zo klein leek.......
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



Die getallen had ik van te voren thuis al opgezocht. maar voor mij waren het in feite niets meer dan gewone dooie cijfertjes En met dooie cijfertjes op zich heb ik niet zo veel. Pas toen ik naast het apparaat stond kwamen ze tot leven. Wat een sensatie om naast een graafmachine te staan die  64 m hoog, 250 m lang en 57 m breed is…..


Graafmachine  "1519 SRs  6300", 64 m hoog, 250 m lang en 57 m breed .....
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



Mijn techniekhartje ging vanzelf helemaal open staan en een onweerstaanbare aantrekkingskracht raakte mij en greep mij volledig tot in mijn diepste vezel. Zo overmeesterd, gepassioneerd en in bijna totale overgave heb ik het apparaat van zoveel mogelijk kanten bekeken, bewonderd en gefotografeerd.


Detail verbindingsstuk van de machine "Schaufelradbagger  1519 SRs 6300"naar de Bandwagen
(Foto: Anne-Marie Oudejans)



Lijnenspel tussen de beide pilonen van de 1519 SRs 6300
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



En deze fascinatie zou trouwens niet bij deze ene keer blijven…

Schaufelradbagger 1519SRs 6300 was met zijn graafwiel van 17 m doorsnede volop bezig om de bovenste 40-50 meter deklaaggesteente weg te graven . Een wiel van 17 m, Dat is even hoog als een flat van 7 verdiepingen. En dat is dan alleen nog maar het graafwiel zelf….


Alleen al het graafwiel van de 1519 SRs 6300 is net zo hoog als een flatgebouw van 7 verdiepingen
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



Vanuit de besturingscabine bij het graafwiel heeft de "Grossgerätefahrer"een goed zicht op zijn werk
(Foto: Anne-Marie Oudejans:mei 2016)



Vergelijking van grootte van het graafwiel met de afmetingen van deze flinke shovel
(Foto: Anne-Marie Oudejans: mei 2016)




Hoe groot alleen al de rupsbanden van Schaufelradbagger 1519 SRs 6300 zijn.......In de gele omlijning staat iemand
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016) 


Poes Minou.....
Eerlijk gezegd verwachtte ik, dat deze reus bij zijn werk een enorme herrie maakt. Het tegendeel is waar. Een rustig voortgaand soort knabbelend geluid bereikte mijn oren. Een geluid, dat mij eerder deed denken aan een tevreden spinnende kat, die zijn brokjes opeet.
Maar in dit geval is dat dan wel een hele grote. Poes Minou

Het geluid van de machine deed mij eerder denken aan een tevreden spinnende kat, die zijn brokjes op eet deed dan aan zo'n levensgrote  machine
(Foto: Anne-Marie Oudejans: mei 2016)


dinsdag 21 juni 2016

“Erlebnis Aktiver Tagebau” Deel 1

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

Na een week “bruinkool-van-bovenaf” zijn mijn lief en ik twee keer met “Excursio Bergbautourismus” tot in de kolenlaag van Welzow-Süd geweest. Eén keer gewoon overdag en één keer bij zonsondergang.
De door Excursio als “Erlebnis Aktiver Tagebau” betitelde excursies werden voor mij wel een hele intense belevenis…

Zijn bruinkoolwinningen van bovenaf al onwezenlijk groot; pas toen ik er in stond ervoer ik de werkelijke omvang ervan. In feite heeft er niets een “normale” afmeting Alles is even gigantisch. 

De excursiebus op de enorme vlakte van het nog te ontgraven gebied in de Tagebau Welzow-Süd met rechts de transportband
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



Vanaf de andere kant van de bus liep de transportband links richting de "Grossgeräte" . De in werkelijkheid reusachtige machines, die ik rood omlijnd heb, lijken vanaf deze plek meer op  DinkyToys
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Het begon al toen we uit de bus stapten en ik midden in de haast al schier onmetelijke vlakte van het nog te ontgraven gedeelte stond, waar doorheen een transportband liep. Een transportband, die daar niet veel meer leek dan een streep maar die in werkelijkheid meer dan manshoog is.

De transportband bij "Trichterwagen" van Schaufelradbagger 1519 SRs 6300 met op de achtergrond de F-60
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


De transportband, die eerst nog slechts een streep was, is meer dan manshoog
(Foto: Anne-Marie Oudejans)



Met zijn breedte van 3 meter is zo’n band net zo breed is als de straat, waaraan ik woon.  De loop van de transportband maakte het voor mijn gevoel nog uitgestrekter. Ergens in de verte zag ik dan de F-60 met een paar van die andere reuzenmachines. De afstand was echter zo groot, dat die – wat oneerbiedig gezegd – eerder op DinkyToys leken . En dan was dit nog maar het gedeelte, wat al voorbereid was om te worden ontgraven. De verkipping is nog vele malen groter…

Ze zijn met hun 3 m net zo breed als een straat in een woonwijk, die transportbanden
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)




Alleen al de afmetingen van het terrein had mij al overmeesterd , waarbij ik binnen de kortste keren al mijn gevoel voor dimensies zowat helemaal kwijt was.



dinsdag 14 juni 2016

Schijnbare zondagsrust en Bromsnor in Tagebau Jänschwalde

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

Bij “onze” Tagebau in Welzow konden we de apparaten niet echt goed zien. “Ons”uitzichtpunt was al te ver door de verkipping ingehaald  waardoor bijna alleen maar de bovenkant van de F-60 zichtbaar was. Hoewel we in het vroege voorjaar waren, en de bomen nog niet volledig in het blad waren, werd even verderop richting de groeve  het uitzicht door allerlei bosserij belemmerd.

Maar de vakantie was nog net begonnen, dus niet getreurd.

Volgens een reclamebrochure op internet liep er vanaf een uitzichtpunt bij de Tagebau Jänschwalde een fietspad, van waaraf je rechtstreeks in de kolenlaag zelf kon kijken. Vlak tegen de omheining stond een stelletje met een kind op de schouders terwijl een paar stoere bikers er ook wat liepen rond te kijken. En na een mooie wandeling kwamen we op een punt, waar je inderdaad een geheel overzicht had over de aktiviteiten in de kolenlaag. 

Tagebau Jänschwalde . Helaas stond de F-60 met de Zubringer en de bijbehorende Eimerkettenbaggers helemaal aan de andere kant van de groeve.
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Via een "Zubringer" wordt het afgegraven deklaaggesteente van nog een derde graafmachine naar de F-60 gebracht
(Foto: Anne-Marie Oudejans)

Ogenschijnlijk heerste er een Zondagse rust over de Tagebau. Geen van de machines leek in werking te zijn. Pas nu - thuis bij het bestuderen en uitvergroten van mijn foto's - blijkt dat er in de kolenlaag tenminste één machine actief was. Eerst loste hij kolen op de lopende band en even later werd er blijkbaar minderwaardige kool of materiaal opgegraven en dat werd meteen weer verkipt. 

Op deze foto produceert de graafmachine in de rode cirkel  kolen op de transportband naar de centrale(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


En hier dumpt hij het opgegraven materiaal rechtstreeks in de "Innenkippe"
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


En er waren overigens mooie grote stenen, waarop ik geheel gefascineerd en onder de indruk heerlijk op heb zitten te kijken, te genieten en – natuurlijk niet te vergeten -  te fotograferen .
Een mooie steen om heerlijk op zitten te kijken, te mijmeren en te genieten.....
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Bruinkoolwinning en natuur harmonieus naast elkaar
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Totdat achter mijn een barse stem mij deed opschrikken. De barse stem uit een autoraampje van een beveiliger, die narrig zei, dat we op verboden terrein waren, ogenblikkelijk daar weer weg moesten en dat hij anders de politie zou bellen. Nog voordat ik überhaupt maar iets kon zeggen was onze Bromsnor met een dikke stofwolk achter zijn wagen - wroemm, wroemm  - al weer weg. En nee we mochten niet langs dezelfde weg terug maar moesten even verderop buitenom terug. Afdruipoen dus! Met de staart tussen de benen tussen de kippen- en/of varkensschuren door en later door de bosschages achter een hoge schutting om weer terug naar de auto.

Met de staart tussen de benen afdruipen èn dan niet vóór maar achter deze p*kken-schutting langs!
(Foto Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Welliswaar teleurgesteld maar, gezien de eerdere gewelddadigheden en bedreigingen door de Kohlegegner in Rheinland en de op handen zijnde aangekondigde akties in Welzow, had ik op dat moment nog alle begrip voor deze bewaker.

Gelukkig heb ik  -net nog voordat we werden weggestuurd -  deze foto's kunnen maken van de Schaufelradbagger 1557 SRs 2000
(Foto: Anne-Marie Oudejans)


Van de "1557 SRs 2000 blijkt dat de "arm" met het graafwiel (VR Vorschub Radausleger) uitschuifbaar te zijn
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


Detail centrum 1557 SRs 2000
(Foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)



Na nog een verdere mislukte poging om te kijken of er aan de andere kant van de Tagebau nog een ander uitzichtpunt was, hebben we in een knus, authentiek café-tje in Jänschwalde-dorp ons nog even tegoed gedaan aan een kop Soljanka, een Russische soep.

Èn we hebben Tagebau Nochten en Reichswalde nog....................

vrijdag 3 juni 2016

Giga maar - in vergelijking - niet meer dan een huidschilfertje op de rug van een olifant

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

Zowat alles in de bruinkoolwinning is onwezenlijk groot, adembenemend en indrukwekkend,  bijna bij het imponerende af. Mensen vallen in het niet bij de machines. Op hun beurt zijn die gigantische machines weer “klein”  ten opzichte van de winning zelf.

Maar

Hoe groot die “gaten” ook zijn:  In verhouding tot de omvang van de Aarde en de aardkorst zijn ze niet meer dan een huidschilfertje van een olifant.

Een kleine impressie: 

Tagebau Jänschwalde. Verkippingszijde tussen de groeve zelf en de centrale Jänschwalde
(foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)

Tagebau Jänschwalde de groeve met aan de andere kant slechts een gedeelte van de ontgravingszijde
(foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)

Tagebau Nochten F-60 met "Zubringer" en "Grossgeräte
(foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)

Naast de F-60 van Tgb Welzow-Süd, bij de gele pijl staat iemand
(foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)

Dezelfde man als in de foto hierboven maar dan sterk uitvergroot
(foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)

Bij de rode pijl staat iemand voor de emmerketting-graafmachine
(foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)


En ook dit heb ik even uitvergroot
(foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)

Tenslotte waren in de Tgb Welzow-Süd een paar landmeters aan het werk
(foto: Anne-Marie Oudejans mei 2016)













zondag 24 april 2016

Een stukje geschiedenis van de kolossale machines in de bruinkooldagbouw

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

Zoals nu nog steeds hangt de economisch in dagbouw winbaarheid van bruinkool af van de dikte van het gesteente boven de bruinkoollaag


Onderstaand artikel uit  het tijdschrift “Glückauf” van 19 maart 1938  geeft een overzicht van de ontwikkelingen van de graafmachines en de methoden voor het afvoeren van deklaaggesteente en de invloed van deze ontwikkelingen op de economische winbaarheid.

Zo’n anderhalve eeuw terug, toen er nog veel handmatig gebeurde, kon de winning van bruinkool nog uit, wanneer de hoeveelheid weg te graven deklaag hooguit even groot was dan de hoeveelheid (bruin)kool.

Tegen de Eerste Wereldoorlog waren de machines al zodanig, dat de deklaag al twee keer zo dik mocht zijn en in 1938 was deze verhouding globaal genomen al gestegen tot 4 delen deklaag op 1 deel kolen. Wanneer de opbouw van de aardlagen zodanig gunstig was, dat men voor het afvoeren van het deklaaggesteente gebruik kon maken van “Abraumförderbrücken” kon de bruinkool bij een verhouding van 6 op 1 nog economisch worden gewonnen. 



Bron: "Glückauf" 19 mrt 1938 p. 242

dinsdag 22 maart 2016

Postzegels en bruinkool

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

Niet alleen voor fotografen en tekenaars zijn de grote machines of van de bruikoolwinning geliefde onderwerpen.

Ik ontdekte dat deze “Grossgeräte” meerdere keren de posterijen van verschillende landen inspiratie hebben gegeven om ze op postzegels af te beelden.

Meestal waren dat dan de emmer-wiel-graafmachines of “Schaufelradbagger”, die de postzegel sierden.



Postzegels met Schauffelradbagger,
(Overigens heeft de postzegel van Suriname hoogst waarschijnlijk betrekking op de bauxietwinning aldaar
)


Dat ook de overige “Grossgeräte” aan bod kwamen wordt wel bewezen door de zegels hieronder met daarop een spreider of “Absetzer” een emmer-ketting-graafmachine (Eimer-ketten-bagger) en helemaal rechts een lepelgraafmachine of “Löffelbagger”
Op de onderste postzegel staat een transportbrug compleet met extra toevoer (Förderbrücke met Zubringer)





maandag 14 maart 2016

Voorlopers van de huidige graafreuzen “Grossgeräte” uit de bruinkoolwinning uitgevonden door Leonardo DaVinci de Hollanders

Ing. Anne-Marie T.M. Oudejans

Wist U, dat de beroemde Italiaanse uitvinder Leonardo DaVinci rond 1492! mogelijk het eerste prototype van de “emmer-wiel-graafmachine” (Schauffelradbagger) heeft ontworpen?  
Zijn apparaat  bestond uit een wiel met daaraan vier armen  aan hun uiteinden een bak. Het geheel was, net als bij een catamaran, tussen twee drijvers gemonteerd. Met dit apparaat kon dan een kanaal of waterloop worden uitgebaggerd.
In plaats van drijvers konden ook twee (verrolbare) balken worden gebruikt, zodat er ook op land hiermee een geul gegraven kon worden. De aandrijving van het wiel gebeurde aanvankelijk geheel handmatig !! met een slinger.  Helaas is niet bekend of DaVinci’s ontwerp ook daadwerkelijk op deze wijze gewerkt heeft.

Emmer-wiel-graafmachine van DaVinci
Bron: From handdrag to jumbo a millennium of dredging Terra et Aqua – Number 77 – December 1999


De andere graafreus is de emmer-ketting graafmachine of “Eimer-ketten-bagger”

Ik weet niet of het DE voorloper was van de emmer-ketting graafmachines van de bruinkoolwinning was maar het was er wel één: de “Hollandse of Amsterdamse baggermolen” uit de zeventiende of Gouden Eeuw. Hij werd destijds in Nederland uitgevonden om de havens en kanalen in en rond Amsterdam op diepte te houden. Net als DaVinci’s machine werd aanvankelijk ook deze emmer-ketting-graafmachine geheel handmatig!!! bediend. Later werd de aandrijving door paarden of ossen gedaan.

Al spoedig werd er niet alleen met dit systeem gebaggerd of “ in den natte” ontgraven maar werd hij ook op land gebruikt voor het zogeheten  “in den droge” ontgraven”, Hierbij werden aanvankelijk ook de emmers elk met de hand!! gevuld, waarna ze aan de ketting omhoog werden getrokken om elders daar te worden leeg gekiept.. Later zouden de emmers, al over de grond schrapend en door hun eigen gewicht, “zelf vullend worden”. 

Een van de eerste emmer-ketting-graafmachines

Bron: From handdrag to jumbo a millennium of dredging Terra et Aqua – Number 77 – December 1999